Wordt deze nieuwsbrief niet goed weergegeven? Bekijk deze e-mail in je browser
#1
Mu.ZEE Romestraat 11
8400 Oostende
muzee.be

Flessenpost #1

Flessenpost is een nieuw initiatief van Mu.ZEE. Vanaf nu sturen we op onvoorziene momenten berichten de wereld in: geen nieuwsfeiten maar verhalen die ons bezighouden en die we graag willen delen. Museummedewerkers vertellen over de voorbereidingen aan een tentoonstelling of doen verslag van een studiereis, brengen een gedachte uit een boek of een gesprek. Soms wordt het een manier van hardop nadenken, op andere momenten spreken we misschien onze bezorgdheid over een belangrijke kwestie in het museumlandschap uit of blikken we juist vooruit op toekomstige vragen rond erfgoed, kunst verzamelen en archieven aanleggen. Et cetera. Flessenpost gaat over het museum en kunstwerken.

 

Flessenpost #1

We zijn er.

We zijn er voor u.

Onlangs krijg ik bovenstaande (ongewenste) reclameboodschap via een nieuwssite op mijn computerscherm. Het deel tussen haakjes is in de digitale internetwereld letterlijk bijzaak. Het betreffende filmpje blijft maar doorgaan, met een goed gevoel voor emo-timing en emo-compilatie. Nieuwsbeelden worden ter promotie van de redactie van een bepaalde televisiezender ingezet.

Ze zijn er. Ze zijn op alle langs flitsende plekken en gebeurtenissen voor ons (geweest).

Ze zijn er, maar zijn ze er wel voor ons (het is een vraag en niets tegen reclame of bepaalde nieuwssites of televisiezenders tussen haakjes)?

Het filmpje heeft me aan het denken gezet over hoe we vandaag over kunstwerken en tentoonstellingen communiceren, hoe musea er misschien op een andere manier voor u zijn.

Laten we een kunstwerk bekijken, maar eerst een recente uitspraak van een Amerikaanse kunstcriticus: “The efficiency, quantity and immediacy of information and information-systems has placed art and the artistic gesture at risk of being identified, categorized, digested, cannibalized and made into information before it has a chance to begin being art.”

Wanneer is iets informatie en wanneer wordt iets kunst? We praten in beide gevallen toch over de politiek van het zichtbaar maken. Of gaat de vergelijking niet helemaal op?

Als we terugkeren in de tijd, naar het begin van de jaren negentig, dan hebben we het in de eerste plaats over een tijdperk – nog niet zo lang geleden, trouwens – zonder de alom aanwezigheid van het  ‘world wide web’, met andere woorden zonder instant informatie. Peinture Tragique van Jacques Charlier is in die periode, meer bepaald in januari 1991 ontstaan. Titel, datum en signatuur zijn groot en duidelijk in de rechterhoek van het schilderij aangebracht. Het schilderij is abstract en volgt zijn eigen logica: het is een geschilderde ruimte en bevat geen verwijzing naar een landschap. Rechts van het schilderij staat een pop. Het is een man in feestkledij. Hij kijkt voor zich uit, maar het feest lijkt voorbij, afgaande op de confetti op de grond en zijn losgemaakte vlinderdas; in de ene hand houdt hij een kleurrijke zweep vast en in de andere hand een geweer met een trechtervormige loop. Het is een zogenaamde ‘donderbus’ en het tegenovergestelde van een precisiewapen: door de trechtervormige loop vliegen de projectielen in een uitwaaiende bundel alle kanten op. In het Engels spreekt men over een ‘blunderbuss’. Pas op korte afstand schiet men meestal wel raak en kan één schot uit een donderbus een bende rovers uitschakelen.

Op 17 januari 1991 begon tijdens de eerste Golfoorlog operatie ‘Desert Storm’, het grootste luchtoffensief uit de geschiedenis. We keken toen naar de eerste televisie-oorlog, naar een soort videogame met hoogtechnologische wapens en precisiebombardementen. Pas achteraf zou blijken dat we keken naar de eerste grootschalige propaganda-oorlog en dat het overgrote deel van de bommen ‘gewoon’ werd gedropt en 70 percent op een verkeerde plek neerkwam. De zogenaamde ‘slimme wapens’ werden alleen ingezet op plekken waar journalisten waren.

Terug naar het museum en Jacques Charlier’s Peinture Tragique: het kunstwerk is een object en het laat zich niet met één teken en één betekenis vastpinnen. Wel weten we vandaag dat de kunstenaar het kunstwerk heeft gemaakt naar aanleiding van de start van operatie ‘Desert Storm’. Daarna is het verschillende keren tentoongesteld en ook daar valt veel uit op te maken. Het zijn verhalen over de afstand tussen de toeschouwer en het kunstwerk, over

wat in een bepaalde tijd of context zichtbaar wordt gemaakt en wat – omwille van de afstand – verborgen blijft. We zouden met een gedachte van beeldend kunstenaar Patrick Corillon zelfs kunnen stellen dat het kunstwerk telkens weer ontstaat in de afstand tussen toeschouwer en kunstwerk, en dat het museum de plek bij uitstek is waar deze afstand wordt mogelijk gemaakt en telkens opnieuw kan ontstaan.

Of nog anders, het museum verzamelt niet alleen kunstwerken maar ook betekenissen over kunstwerken en is een ontmoetingsplek voor nieuwe verhalen. Het is een uitdaging om vanuit deze gedachte tentoonstellingen op te zetten, collectiepresentaties voor te bereiden en tegelijkertijd ruimte te laten voor ontmoetingen met kunstwerken waar geen vooropgesteld scenario of perspectief voor is uitgewerkt.

We staan aan de vooravond van een renaissance van het museum en aandacht voor erfgoed en verzamelen in het algemeen. We herontdekken de rijkdom van de kunstervaring, van de cruciale afstand die zich tussen kunstwerk en kijker bevindt. Kijken is nooit een passieve activiteit geweest, net zoals naar muziek luisteren of een boek lezen. “Het is misdadig om je publiek te onderschatten” zegt Christophe Van Gerrewey (en gelijk heeft hij), maar in tegenstelling tot een prelude van Bach kunnen we een schilderij op een holistische wijze, kunnen we met één blik het geheel, tot ons nemen.

Het is een valstrik, de idee dat we een schilderij in één oogwenk tot ons kunnen nemen: “To me, that’s one of the many inherent paradoxes of museums. Great works of art are made available to the many (we can but applaud this) but achieving that magical, individual and silent colloquy between the work of art and the viewer is forever bound to be in conflict with the desire of greater numbers wanting to see that work”. Het is één van de fascinerende observaties die ik heb gelezen in het boek Rendez-vous with art, een reeks wonderlijke gesprekken over kunstwerken, kunstenaars en musea tussen criticus Martin Gayford en Philippe de Montebello, meer dan dertig jaar lang de directeur van het Metropolitan Museum of Art te New York. De Montebello gaat zelf verder: “I could have said, directed at my museum colleagues, ‘the desire for greater numbers’, which is not the same, and opens up a discussion not for these pages, but one that needs to take place. I’ll admit, though, that this is a conundrum for which I still have no answer.

Het is een uiterst boeiende paradox, denk aan de dagelijkse hoeveelheid beelden die we in dit digitale tijdperk tot ons nemen. Een schilderij vraagt om ten minste enkele minuten te worden bekeken en toch zien we hoe museumbezoekers hoogstens vijf of zes seconden voor een beeld stilstaan.

Het is voer voor een volgende flessenpost, maar het is mijn overtuiging dat kleinschalige musea buiten grote wereldsteden steeds meer bezoekers kunnen aantrekken en ook nog eens nieuwe scenario’s kunnen ontwikkelen. Als we de afstand tussen kunstwerk en kijker gaan koesteren kunnen we misschien op een ander manier een museumbezoek en begeleidende teksten uitwerken. Misschien kunnen we elke bezoeker uitnodigen om (terug) te gaan tekenen, of nog met de woorden en een laatste citaat (voor nu dan) van De Montebello: “The act of transcribing what one sees really focuses the gaze. I frequently quote Goethe to my students on the subject: ‘Was Ich nicht gezeichnet habe, habe Ich nicht gesehen’.”

Welkom bij de flessenpost van Mu.ZEE,

 

Phillip Van den Bossche

directeur Mu.ZEE, Oostende


Beeld : Jacques Charlier, Peinture Tragique, 1991.

 

reageer
Mu.ZEE Stad aan Zee OostendeFlanders State of the ArtComitee Mu.ZEEKlara Mu zee um
Deze nieuwsbrief niet langer ontvangen? Deze nieuwsbrief niet langer ontvangen?