Wordt deze nieuwsbrief niet goed weergegeven? Bekijk deze e-mail in je browser
#6
Mu.ZEE Romestraat 11
8400 Oostende
muzee.be

Dagelijks brood


Soms zijn er zinnen die je aan het denken zetten. Ze horen vaak bij een tekst, een zorgvuldig opgebouwde redenering, iets waar de schrijver persoonlijke, kwalitatieve tijd in heeft gestopt. Plots is er dan die ene zin, waardoor je van je spreekwoordelijke sokken wordt geblazen: “En: een kunstwerk is pas een kunstwerk als het herinneringen oproept.”*
Volgens de filosoof Patrick Loobuyck gaan we op zoek naar informatie die onze mening bevestigt. “Input die ons denken uitdaagt, negeren we”, verklaart hij. Deze flessenpost, met aangespoelde berichten vanuit Mu.ZEE, gaat over wat deze twee gedachten hebben aangewakkerd, over herinneringen versus input die ons denken kan uitdagen. Of zijn ze niet helemaal tegengesteld aan elkaar? In dit eerste deel volgen we een aantal recente, bedachtzaam opgezette tentoonstellingen en formuleer ik van daaruit vragen voor het museum. Deel twee gaat dan specifieker over Mu.ZEE.
 
Ga deze zomer vooral naar de vijfjaarlijkse kunsteditie van de Documenta in Kassel kijken – voor de allereerste keer ook parallel georganiseerd in Athene (maar dan alleen tot en met 16 juli), maar vergeet dan niet alles wat je verwacht, hoopt, en dus al weet, ergens op weg naar de Duitse of Griekse kunststad overboord te gooien. Dat is geen makkelijke opdracht, zeker vandaag, in een digitale wereld waar per half etmaal het tegenovergestelde, in de vorm van honderden korte meningen en omwille van bepaalde belangen en gecreëerde angsten, wordt doorgegeven.
Documenta is geen museum, maar een uitvergrote tentoonstelling: een eenmalige, in de tijd afgebakende verzameling van verhalen, objecten, gebeurtenissen en activiteiten. Deze 14e editie is meer dan ooit een partituur, een project dat 100 dagen ‘ademt’, met lezingen, performances, woorden en beelden. En: dat zou je misschien ook een museum kunnen noemen.
Een museum maakt ook tentoonstellingen – en brengt in het beste geval een inhoudelijk discours verspreid over een lange periode, maar is tegelijkertijd een ‘ijsberg’: allen het ‘tentoonstellingstopje’ dat boven de oppervlakte uitsteekt, behoort tot het zichtbaar publieke gedeelte. Er is vooral ook een verzameling in een museum, een collectie die met de tijd is verworven, geschonken en blijft aangroeien. Deze kunstcollecties vragen om te worden onderzocht: waarom en hoe ze zijn samengesteld, tot stand gekomen, en hoe ze verder te zetten. Een tentoonstelling is met andere woorden nog geen museum. Maar wat als zoals vandaag, voornamelijk op de, elkaar steeds sneller opvolgende, allerkleinste pieken wordt gefocust, alleen op de topjes van de ijsbergen? Dan heeft het ‘klassieke’ museum een probleem of misschien zelfs een extra probleem. Kunst is naar mijn mening geen dagelijks brood en musea zouden het niet moeten worden.
 
Tegelijkertijd zijn musea verbonden met een megatentoonstelling, een uitstraling en vooral een geschiedenis als Documenta in Kassel (misschien zelfs nog meer dan met ‘kunstencentra’, plekken waar alleen maar tijdelijke tentoonstellingen, vaak gekoppeld aan nevenactiviteiten, worden geprogrammeerd en waar dus geen steeds groeiende verzameling kunstwerken als kern bestaat). Het voorbeeld om dit te beargumenteren komt van een kunstenaar en heeft met geschiedenis te maken. Op deze Documenta zag ik Jonas Mekas op straat lopen. Geboren in 1922 en hij maakt nog altijd hedendaagse kunst, maar vooral – en dat weet ik dankzij het verslag van de kunstcriticus Koen Kleijn – in 1947 loopt Mekas al als officieel ‘ontheemd’ (want voor de oorlog gevlucht uit Litouwen en in een werkkamp terecht gekomen) door de straten van het toen in puin achtergelaten Kassel. Documenta 14 is een video van Douglas Gordon waarin Jonas Mekas voorleest uit zijn dagboeken uit die tijd. “De geschiedenis zit heel anders in elkaar dan je denkt”, citeert Kleijn de curator van de Documenta, Adam Szymczyk. Bij Mekas is er een verbinding met een lange lijn, een geschiedenislijn tussen kunstenaar en kunstwerk die loopt van 1947 naar 2017.
 
Deze editie van de Documenta wil zich bezinnen op de grondslagen en hiërarchieën van het kunstsysteem, gaat Koen Kleijn verder, en dat sluit aan bij de vragen die de curator van de vorige biënnale van Venetië, Okwui Enwezor in zijn tentoonstelling “All the World’s Futures” heeft geformuleerd: Wie kiest?
Wie bepaalt? Op basis van wat, eigenlijk?”. Het zijn vragen die we ons als burger ook over maatschappelijke vragen kunnen stellen, maar laten we bij het museum blijven: wat zijn de hoogtepunten in een collectie? Wie heeft dat bepaald? Is het toevallig dat sommige dingen in musea hangen en andere niet? Wordt dan geen visie opgelegd? Is het dan nog relevant om collectietentoonstellingen op die manier aan een publiek te presenteren?
Deze vragen kunnen overdonderend overkomen. De museale visie hoeft niet altijd een opgelegde visie te zijn – misschien verschil ik hier van mening met de samenstellers van de Documenta, want vanuit de dialoog met het kunstenaar of het engagement in het kunstwerk én de context waarin het is ontstaan, kunnen niet-opgelegde kijkrichtingen met het publiek worden uitgestippeld die vanuit de ervaring starten. Het is daarbij wel belangrijk om van binnenuit een bewustzijn te ontwikkelen over de ideologische geschiedenis van het museum en haar verzamelingen, maar ze vooral ook van buitenaf te laten bestuderen. De herkomst van kunstwerken blijft traceerbaar. Het is een tweede verschil van mening met Kassel en Athene. De weglatingen (het verzuim ze te benoemen) zichtbaar maken, zou al een groot verschil kunnen uitmaken.
 
Om af te sluiten een laatste citaat uit “De horizontale wereld”, de recensie over documenta 14 van Koen Kleijn: “Szymczyks betoog behelst niet de relatie van kunstwerken en kunstenaars tot specifieke problematieken, maar vooral de vraag of het mogelijk is om de kunst van de wereld als geheel vrijmoedig en zonder gevoel voor hiërarchie te benaderen, vanuit een nulpunt.” Ik zei het al, de kijk- en denkopdracht in Kassel en Athene is niet makkelijk, maar het is meer dan de moeite waard om te proberen. De plattegrond is nog niet getekend, maar de routemogelijkheden, doorheen tijden en werelden, leiden misschien naar werkelijk ‘dagelijkse kunst’. Maak vooral zelf de keuze. Mijn persoonlijk ervaring na zowel Kassel als Athene te hebben bezocht, is dat documenta 14 gaat over het politiek aspect van een emotie, over hoe het mogelijk is om over één wereld na te denken. Het is een tentoonstelling die uitdaagt en geen bestaande herinneringen oproept.
 
P.S. Okwui Enwezor heeft in het voorjaar van 2017, samen met een grote groep kunstwetenschappers, de grootschalige tentoonstelling “Postwar: art between the Pacific and the Atlantic 1945-1965” in Haus der Kunst te München gemaakt. In zijn inleiding citeert hij een uitspraak van de Italiaanse filosoof Antonio Gramsci uit de jaren dertig: “The challenge of modernity it to live without illusions and without becoming disillusioned. I am a pessimist because of intelligence, but an optimist because of will.”
 
 
Phillip Van den Bossche
directeur Mu.ZEE, Oostende
 
Beeld : Roger Bernat, The Place of The Thing, 2017, documenta 14, Athens

 

reageer
Mu.ZEE Stad aan Zee OostendeFlanders State of the ArtComitee Mu.ZEEKlara Mu zee um
Deze nieuwsbrief niet langer ontvangen? Deze nieuwsbrief niet langer ontvangen?