Kunstmuseum aan zee Collecties van
de Vlaamse Gemeenschap
en
Stad Oostende

Over Mu.ZEE

Phillip Van den Bossche - Mu.ZEE - “De plek waar de kunst wordt bewaard, is ook de plek waar ze verdwijnt”

“Als vorm is het museum conceptueel zó versleten, en als instelling is het zó kwetsbaar. Ik kan mij de toekomst van het museum alleen voorstellen als een staat van permanente crisis.”
(Christian Bernard, directeur Mamco, Genève)


Mu.ZEE heeft in 2007 een onderzoekstraject ingezet dat in drie woorden kan worden samengevat: meer museum worden. Naast drie tijdelijke tentoonstellingen op jaarbasis brengen we telkens ook nieuwe collectiepresentaties en zoeken we actief naar de dialoog tussen beide museale basisfuncties. Mu.ZEE bouwt aan een onderzoekscollectie en we gaan actief op zoek naar het geheugen van de collectie van de Provincie West-Vlaanderen en de collectie van de Stad Oostende.
Geschiedenis in relatie tot beeldende kunst is altijd ‘Onvoltooid Verleden Tijd’, het museum heeft de potentie om de geschiedenis blijvend te organiseren én te vernieuwen. Maar de tijd gaat verder, geschiedenis is ook “een zijden draadje van wat je onthoudt boven een oceaan van vergeten dingen” (Milan Kundera in “De Grap” uit 1967).

We leven tot op zekere hoogte volgens een bepaald beeld-repertorium, maar daarom is nog niet alles beeldcultuur geworden. Het museum van de 21e eeuw is een huis met verschillende kamers voor en van kunstenaars. Het verzamelt hun denk-beelden en zoekt – trial en error – naar presentatiemanieren en verbindingen tussen de collectie, de tijdelijke tentoonstellingen en het verzamelbeleid, tussen de participatie van het publiek en de specifieke en met argumenten onderbouwde keuzes van het museum.
Het enorme aanbod en de grote versplintering van de artistieke productie maakt dat het de dag van vandaag zo goed als onmogelijk is geworden om een stand van zaken van de hedendaagse kunst op te maken. Of nog, om de woorden van kunstcritica Anna Tilroe te parafraseren: hedendaagse kunst is zo pluriform geworden dat het idee van een ordelijk overzicht een illusie is. Niemand gelooft vandaag nog in een overkoepelend verhaal van de kunstgeschiedenis.

Kunst is uiteindelijk een reis, een uitnodiging om op reis te gaan. Kunstwerken hebben de potentie om bij de toeschouwer een ‘buitenland in het hoofd’-gevoel te creëren en dat willen we in Mu.ZEE met publieksvriendelijke tentoonstellingen verder uitbouwen. We reizen samen, kunstenaar en publiek en spreken dezelfde universele taal. Je hoeft die taal niet te spreken om ze toch te begrijpen. Het kunstwerk wordt namelijk in het hoofd van de kijker verder gezet. In navolging van Marcel Duchamp (1878-1968) en Stéphane Mallarmé (1842-1898), de grondleggers van de moderne kunst, maakt de toeschouwer het kunstwerk af. Maar zoals de Amerikaanse dirigente Marin Alsop terecht aangeeft, is echt luisteren naar muziek en kijken naar kunst een gesofisticeerd proces. “Je moet dat ontrollen”, zegt ze in een interview: “Het is zoals kijken naar de Mona Lisa, dat zie je ook niet meteen in zijn geheel maar in al zijn prachtige deelaspecten. Kunst is vanuit die beleving niet voor mensen die houden van zwart-wit. Het is net in de nuance en de evolutie dat de kunstbeleving zich schuilhoudt.”


“Zoals het leven van de kunstenaar is ook het leven van zijn scheppingen slechts schijnbaar vrij. Zij zijn geen afspiegelingen van zijn zieleleven, ook geen materialisatie van zuivere platonische zijnsideeën, maar ‘krachtvelden’ tussen subject en object.”
(Th.W. Adorno, Valéry Proust Museum)
“De lege doos van het museum is de drager van dit krachtveld tussen subject en object. De museumzaal symboliseert derhalve niet het innerlijk privédomein van de kunstenaar, zoals Proust nog veronderstelt, maar juist het omgekeerde: de publieke conditie van de kunst. Openbaarheid is een noodzakelijke voorwaarde voor de productie en receptie van beeldende kunst. Het museum is de culminatie van die openbaarheid, de plek waar de publieke conditie van de kunst zich volledig ontvouwt.”
“De museumbezoeker gedraagt zich vaak afwezig of verstrooid. Diens permanente onrust is niet zonder betekenis. Hoe vol van objecten het museum ook is, er zal altijd een indruk bestaan van dingen die verdwijnen. Op een metaniveau blijven de zalen leeg. De plek waar de kunst wordt bewaard is ook de plek waar ze verdwijnt. Het kunstwerk als intentioneel ‘project’ van een auteur valt weg in de onmetelijke afstand tussen de hoge idealen van de cultuur en het lage, stoffelijke, hyperconcrete van de materie. Dit is de wanhoop die Paul Valéry beschrijft.”
(Camiel van Winkel, uit concepttekst voor de groepstentoonstelling Valéry Proust Museum, najaar 2011, Mu.ZEE)

“Hoe het museum van de toekomst eruit moet zien is vooralsnog onduidelijk. Bij dit alles mag één ding niet vergeten worden (…). De kunst blijft de kern van de zaak, en wat voor gedaante het museum van de 21e eeuw ook aan mag nemen, zonder kunst is museumbeleid onmogelijk.”
(Janneke Wesseling, NRC Handelsblad, 30 april 2010)


Historiek

Mu.ZEE is een fusie van twee structuren: de collectie van de Provincie West-Vlaanderen en de collectie van de Stad Oostende. We hebben de complementariteit van deze collecties onderzocht en verdedigd. Intussen is er een overeenkomst gesloten tussen beide besturen en vandaag zit de fusie in de laatste fase.

Op 8 mei 2008 startte de herinrichting van het volledige museum. Van de oorspronkelijke inrichting bleef niets meer over.

Eind april 2010 is Mu.ZEE een vzw geworden, die met een jaarlijkse dotatie zal werken. Vandaag zitten er in de vzw drie collecties:
* Provincie West-Vlaanderen
* Stad Oostende
* Nieuwe collectie waar op dit moment één kunstwerk in zit (nieuwe collectie van vzw Mu.ZEE)

Mu.ZEE werkt met een relatief groot aankoopbudget, doordat twee investeringssubsidies samenkomen. Nu is het mogelijk om reserve op te bouwen en te sparen voor een belangrijke aankoop.

In 1957 is de collectie van start gegaan. De toenmalige deputatie van de provincie besloot werk van jonge Vlaamse kunstenaars aan te kopen. Het kaderde in een traditie van kunstaankopen, die voorheen gericht was op het verfraaien van kantoren.

In 1959 werd een aankoopcommissie aangesteld, met het oog op de oprichting van een museum. In 1960 werd het woonhuis van Permeke aangekocht. De collectie Permeke is niet los te koppelen van de rest van het museum, omdat de kunstwerken ook tussen de twee plekken reizen.

Vanaf 1962 werd de collectie tentoongesteld in Brugge en Ieper. Pas in 1984-1985 neemt het museum zijn intrek in het voormalige warenhuis van Gaston Eysselinck in Oostende. In 1986 opende het Provinciaal Museum voor Moderne Kunst (PMMK).

De geschiedenis van het Museum voor Schone Kunsten in Oostende gaat terug naar 1885, toen een privéverzamelaar een aanzienlijke collectie kunstwerken schonk aan de stad. Acht jaar later besliste de gemeenteraad om een museum op te richten in een zaal van het oude stadhuis op het Wapenplein. De vader van Consant Permeke wordt de eerste conservator in 1897. Dankzij zijn inspanningen worden belangrijke werken aangekocht van onder meer James Ensor. Tijdens een luchtaanval in 1940 wordt het archief en de bibliotheek van het museum volledig vernield. Ongeveer 400 schilderijen en gravures gaan verloren. Na de Eerste Wereldoorlog wordt gewerkt aan de opbouw van de kern van de collectie met werken van de Oostendse kunstenaars James Ensor, Constant Permeke en Léon Spilliaert. Het museum wordt in 1958 ondergebracht in het gloednieuwe Feest- en Cultuurpaleis op het Wapenplein.

De collectie

Het museum heeft als missie het uitbouwen van een unieke collectie Belgische kunst van 1850 tot nu. De nadruk op jonge kunst is er vanuit de provincie altijd geweest. De hoogtepunten in de collectie zijn stukken uit eind 19e-begin 20e eeuw, met name van James Ensor, Léon Spilliaert en Constant Permeke. De verzameling is veel meer dan enkel de kunstwerken. In de tentoonstelling ‘Bij Ensor op bezoek’ bijvoorbeeld werden ook documenten, brieven, foto’s en de voormalige bibliotheek tentoongesteld. In de collectie van Mu.ZEE bevinden zich zowel schilderijen, tekeningen als grafiek van Ensor.

De collectie omvat 3500 inventarisnummers. De collectie van het museum omvat een belangrijk ensemble van Léon Spilliaert (160 werken) en van Constant Permeke.

In de collectie kan je ook zien hoe het expressionisme tot stand komt, met werken van Jean Brusselmans en Paul Joostens (meer dan 350 collages). De collectie bevat ook een onafgewerkt schilderij van Brusselmans: zo kan je tonen aan het publiek hoe hij een werk componeert.

Het museum bezit onder meer werken van Georges Vantongerloo, Roger Raveel, Raoul De Keyser en Panamarenko. Deze worden in de zomer van 2010 getoond in het S.M.A.K. in de tentoonstelling ‘Xanadu’. Met de bruiklenen van de Vlaamse Gemeenschap erbij heeft het museum veertien werken van Tuymans in de collectie uit begin jaren 90. Tussen 25 à 30 % van de collectie wordt getoond. Aan het publiek wordt aangegeven dat je altijd werk van bepaalde kunstenaars kan zien: Luc Tuymans, Léon Spilliaert, James Ensor, Constant Permeke, Panamarenko, Roger Raveel, Raoul De Keyser, etc.. In het museum wordt zowel actief met de collectie gewerkt, als tijdelijke tentoonstellingen gemaakt. Musea zijn tentoonstellingsmachines geworden, die steeds bezig zijn met nieuwe dingen. Je trekt immers geen publiek met collectiepresentaties. In Mu.ZEE kunnen we de collectie steeds tonen en we kunnen de opstelling telkens opnieuw veranderen. Verzamelen is de motor van het museum, want het is de link tussen de tijdelijke tentoonstellingen.

De collectie bestaat voor 30 à 33 % uit aankopen en oorspronkelijk of historisch gegroeid uit een evenredig percentage schenkingen. Een van de grote voordelen van die schenkingen is dat niet alleen grote namen uit Belgische kunstgeschiedenis vertegenwoordigd zijn, maar ook de tijdgenoten. Dat is een heel interessante ontdekking.

Het collectieplan is het basisdocument voor elke collectiebeherende instelling en bevat een beschrijving van de (verzamel-)geschiedenis, de omvang van de collecties, de indeling van de deelcollecties, alsook een collectiewaardering en een omschrijving van de kerncollectie. Vanuit deze hoofdlijnen worden keuzes gemaakt en wordt een verzamelbeleid uitgewerkt voor een afgebakende beleidsperiode. Het collectieplan leidt tot een aanscherping van het collectieprofiel, helpt bij het stellen van prioriteiten, verschaft aanknopingspunten voor afstemming met collega-instellingen, en brengt achterstanden in het collectiebeheer in kaart en zet aan tot actie. Het kan bovendien nuttig zijn als basis voor het opstellen van deelplannen zoals een digitaal registratieplan en beleidsprioriteiten rond behoud & beheer, waaronder restauratieprojecten voor collectieonderdelen.

In het collectieplan willen we zo helder mogelijk onze prioriteiten voor de collecties van de Provincie West-Vlaanderen en de Stad Oostende, alsook de nieuw uit te bouwen collectie van de vzw Mu.ZEE voor de beleidsperiode tot en met 2013 uiteenzetten. Daarbij bestuderen we de historische context van beide collecties, waaronder de complementariteit van een groot aantal collectieonderdelen, en bouwen we een nieuw toekomstgericht beleid uit.

Mu.ZEE is hét museum voor Belgische kunst met een maximale openheid en toegankelijkheid, en fungeert als een actieve ruimte voor kunstenaars en publiek. Mu.ZEE vertelt verhalen met een unieke collectie Belgische kunst van 1830 tot nu, en staat via een toonaangevend tentoonstellingsprogramma en collectiebeleid in dialoog met het internationale kunstgebeuren.
Mu.ZEE streeft daarbij naar verbreding door gastvrijheid en naar verdieping door onderzoek.

Verzamelcriteria:

Het collectieplan ligt in het verlengde van de missie en de strategische doelstellingen (zie beheersovereenkomst) van de vzw Mu.ZEE. Door middel van de hieronder beschreven tien verzamelcriteria wil Mu.ZEE de komende beleidsperiode een kunstwetenschappelijk onderbouwd en ambitieus verzamelbeleid in de vorm van aankoopvoorstellen aan de Raad van Beheer voordragen:

1. Het aankoopbeleid van vzw MU.ZEE vertrekt vanuit een ‘denken in ensembles’. Er wordt met andere woorden gestreefd om, verspreid over een langere beleidsperiode, meerdere kunstwerken van eenzelfde kunstenaar te verwerven. Het is onze overtuiging dat het onderzoeksveld van een individuele kunstenaar zich pas naar een breder publiek ontrolt wanneer het oeuvre van de kunstenaar als rode draad wordt genomen;
2. Mu.ZEE wil, naast een permanente aandacht voor zijn volledige collectie bestaande uit kunstwerken van het midden van de 19e eeuw tot en met nu, jonge Belgische kunstenaars promoten. Het is belangrijk om nieuw talent een plek in de nieuwe collectie te (blijven) geven en historische verbanden te leggen;
3. Het museum onderzoekt hierbij of de afbakening ‘Belgische’ kunst in de 21e eeuw kan worden verruimd naar kunstenaars die wonen en werken in België;
4. De lacunes in de collecties van de Provincie West-Vlaanderen en de Stad Oostende, onder meer wat betreft de jaren zestig, zeventig en tachtig van de 20e eeuw vragen de eerstkomende jaren om extra aandacht;
5. Daarbij wordt in de volgende beleidsperiode eveneens extra aandacht besteed aan de kwantitatieve ondervertegenwoordiging van vrouwelijke kunstenaars in beide collecties,
6. Hetzelfde geldt voor de verbreding van de artistieke media en de ondervertegenwoordiging van fotografie, film, en videokunst in de verschillende deelcollecties;
7. Daarnaast zullen we in ons aankoopbeleid ook extra aandacht besteden aan de verdere uitbouw van de historische kunstcontext uit de beginjaren van de twintigste eeuw; hiermee kunnen we onze uniek positie met betrekking tot het ontstaan van het modernisme in België in de jaren ’10 en ’20 verder uitbouwen en met belangrijke aankopen versterken;
8. Met de deelcollectie Constant Permeke in Jabbeke beheert de vzw Mu.ZEE een vrij volledig overzicht van het oeuvre van deze historisch belangrijke kunstenaar. Als zich een unieke kans voordoet om een topwerk of langdurige bruiklenen van particulieren te verwerven, zullen we de mogelijkheden uitvoerig bestuderen;
9. Voor de sleutelfiguren uit de collectie van de Stad Oostende, waaronder James Ensor en Léon Spilliaert, wordt eenzelfde aandachtspunt naar voren geschoven; in de mate waarin de kunstmarkt het toelaat, zullen we steeds pogingen ondernemen om nieuwe belangrijke aanwinsten te verwerven;
10. Het verzamelbeleid van de vzw Mu.ZEE is afgestemd op het tentoonstellingsbeleid; hieronder verstaan we een afstemming tussen de tijdelijke tentoonstellingen de verschillende collectiepresentaties, waarbij Mu.ZEE  niet alleen kunstobjecten ‘aankoopt’ maar ook aandacht besteed aan de verdere verwerving van archiefdocumenten; hierdoor kunnen we zowel historische kunstwerken van een context voorzien als de definitie van hedendaagse kunst steeds herbekijken en waar nodig bijstellen.

Bovengenoemde criteria zijn kunstwetenschappelijke instrumenten waarmee we onze aankoopvoorstellen kunnen legitimeren. Het is een eerste en bewuste afbakening van de grenzen. Hedendaagse kunst is zo pluriform geworden dat het idee van een ordelijk overzicht een illusie is. Niemand gelooft vandaag nog in een overkoepelend verhaal van de kunstgeschiedenis, om de kunstcriticus Janneke Wesseling te citeren. We dienen daarom, vanuit een analyse van de collectie en de beschikbare middelen, keuzes te maken.
Natuurlijk kunnen meerdere criteria worden gecombineerd en kunnen ze elkaar overlappen. Verder spreekt het eveneens voor zich dat de artistieke posities die tot meer dan één criterium gerekend kunnen worden onze speciale aandacht zullen hebben. Waar we precies onze prioriteiten leggen, wordt zoals aangehaald eveneens mede bepaald door het tentoonstellingsbeleid, de discussies die we over het aankoopbeleid intern en extern zullen voeren. Maar kunstwerken die zich echter niet verhouden tot één of meer van de criteria en geen relatie hebben met de verzamelgeschiedenis van de deelcollecties van MU.ZEE komen de komende jaren niet automatisch voor aankoop in aanmerking.

Het verzamelbeleid is gekoppeld aan tijdelijke tentoonstellingen. Er is steeds een link met aankopen, zowel van jonge kunstenaars als naar collectiepresentaties toe.
Binnen het aanwezig budget worden grote ensembles uitgewerkt (vb. rond Brusselmans).

Het is belangrijk om na te denken over het museum van de 21e eeuw.

“De vraag die ons bezighoudt is dezelfde die de filosoof Bart Verschaffel zich stelde: klopt het dat we sinds de jaren zeventig geen herinnering meer hebben aan geschiedenis maar aan actualiteit. Indien correct, als alles actualiteit is geworden, wat betekent deze constatering dan voor het verzamelen en het tonen van moderne en hedendaagse kunst? Hoe kunnen we het kunsthistorische discours reactiveren en het twijfelen als concept herintroduceren?”

Er is een directe lijn tussen de uitspraak van Bart Verschaffel (twijfelen als concept reintroduceren) en het project met Camiel van Winkel in 2011 (hoe ga je als museum om met geschiedenis als er geen geschiedenis meer is). Dat heeft te maken met de hele discussie rond de autoriteit van het museum. Als instelling moet je bewust zijn van je autoriteit en verantwoordelijkheid. Als museum neem je keuzes; je kan niet alles verzamelen en tonen. Je moet autoriteit opnemen en verdedigen naar publiek toe. De bezoekers verwachten een duidelijk statement en duidelijke keuzes. Je moet aangeven waar je als museum voor staat. Hoe ga je om met freelance tentoonstellingsmakers? Hoe zorg je ervoor dat het duidelijk is dat het je eigen beslissing is?

De kunstenaar is het vertrekpunt. Het is belangrijk om goede contacten met kunstenaars op te bouwen. Een kunstenaar staat altijd in een internationale context. Hoe kan je dat oplossen als je niet internationaal kan verzamelen? In presentaties kan je werken tonen binnen een internationale context.

Het museum is een huis met verschillende kamers, waarin je denkbeelden verzamelt. Je gaat verschillende presentatiemanieren uitwerken en de oorspronkelijke context reactiveren.

De werking in Mu.ZEE vertrekt vanuit het geloof in de kunstgeschiedenis en manieren om dat te herbekijken en te herinterpreteren. Hoe kan je het herbekijken en herinterpreteren?
In 2008 liep in Mu.ZEE in een tentoonstelling met werk van Marc Camille Chaimowicz. In zijn werk zit voortdurend het spelen met de geschiedenis, dat teruggaat naar de rode draad in het beleidsplan van Mu.ZEE.

Bij de collectiepresentatie ‘Luc Peire en tijdgenoten’ werd vertrokken van de idee om een reconstructie te maken van een tentoonstelling. In 1957 organiseerde Luc Peire samen met designcriticus Karel Elno de tentoonstelling ‘Vormen van Heden’ in het Gemeentelijk Casino van Knokke. Ze maakten een gedurfde confrontatie tussen de beeldende kunst en de wooncultuur van de jaren 50. De collectiepresentatie in Mu.ZEE refereerde aan die spraakmakende tentoonstelling uit 1957 maar is er geen kopie van. Er werd bijvoorbeeld werk van tijdgenoten in de tentoonstelling geplaatst. Denken over verzamelen heeft ook te maken met denken over de tentoonstelling als archiefdocument.